Operatie aortaklep

Aortaklep

In het hart zitten vier kleppen, die ervoor zorgen dat het bloed bij elke hartslag maar één kant op kan. Een van deze kleppen is de aortaklep, het ‘ventiel’  tussen het hart en de grote lichaamsslagader (de aorta).  Als de aortaklep ernstig lekt, is vervanging noodzakelijk.

Als een aneurysma of aortadissectie doorloopt tot in de aortawortel, dan is de aortaklep meestal ook beschadigd. Deze moet dan gerepareerd of vervangen worden. Bij vervanging maakt de chirurg gebruik van een aortaklepprothese waaraan een vaatprothese is gehecht. De kransslagaderen die aan beide zijden uit de aortawortel ontspringen worden dan in de vaatprothese gehecht.

Bij een hartklepvervanging is er de keuze tussen een biologische of een mechanische hartklep. Beide kleppen hebben voor- en nadelen.

Mechanische klep
Mechanische kleppen zijn gemaakt van duurzaam materiaal: kunststof, metaal of koolstof.

Voordelen:

  • nauwelijks slijtage
  • klep gaat meestal levenslang mee

Nadelen:

  • levenslang gebruik van antistollingsmedicijnen
    Het instellen van de juiste balans is moeilijk: er mogen geen bloedpropjes, maar ook geen bloedingen ontstaan.
  • sommige kleppen maken een tikkend geluid, dat patiënten hinderlijk vinden

Biologische klep
Er zijn 2 soorten biologische kleppen
Ze zijn gemaakt van dierlijk materiaal ( rund of varken) of het zijn donorkleppen van mensen.

Voordelen:

  • geen levenslange antistolling nodig (alleen wel in de eerste 3 maanden na de operatie)
  • de klep lijkt meer op de eigen klep dan een mechanische klep
  • ze maken geen geluid

Nadelen:

  • beperkte levensduur, vervanging is nodig: na ongeveer 10 tot 20 jaar
  • schaarste van menselijke donorkleppen

Donorkleppen zijn schaars, niet alle maten zijn direct beschikbaar. En vooral bij jongere patiënten is later vaak opnieuw een hartklepoperatie nodig.

Keuzehulp bij hartklep vervanging

In onderstaand artikel geeft dr. Dave Koolbergen informatie die van belang is bij het maken van een klepkeuze.  Het artikel is gericht op marfan patiënten maar is van toepassing op een ieder met een bindweefselzwakte van de aorta.

Klepkeuze bij Aortawortel vervanging

Inleiding

Bij marfan kan een verwijding (aneurysma) van de aortawortel optreden waarbij op termijn het gevaar bestaat dat deze scheurt (een dissectie kan optreden). Daarmee ontstaat er een levensbedreigende situatie. De afmetingen van de aorta worden daarom bij mensen met marfan altijd gecontroleerd en als het een bepaalde bereikt, wordt overgegaan tot preventieve vervanging van de aortawortel.

Aortawortel en ascendens aneurysma (opstijgende deel v/d aorta) treedt op ten gevolge van bindweefselzwakte in de vaatwand. Bij het marfansyndroom wordt bij een afmeting van de aortawortel van 45 – 50 mm overwogen de aortawortel te vervangen. Indien in de familie een historie is van dissecties wordt er eerder bij 45 mm ingegrepen. In andere gevallen kan men eventueel wachten tot 50 mm maar dit is ook afhankelijk van hoe snel de verwijding optreedt en wordt zorgvuldig per patiënt bekeken. Soms wordt ook de mitralisklep en/of de tricuspidalisklep gerepareerd.

Lees verder

 

Trombo-embolie

De ontwikkeling van nieuwe materialen en verbeteringen in het ontwerp van mechanische kunstkleppen heeft het slaagpercentage van klepvervanging sterk verhoogd. Ondanks deze verbeteringen blijf trombo-embolie (en voornamelijk een herseninfarct) een belangrijke complicatie bij patiënten met kunstkleppen. Orale antistolling heeft de kans op trombo-embolie sterk verminderd bij patiënten met mechanische kunstkleppen, en bij patiënten met biologische kleppen die tevens atriumfibrilleren of een voorgeschiedenis met trombose hebben. Orale antistolling is meestal levenslang aangewezen.

 

In afwezigheid van antistolling bedraagt de kans op een ernstige embolie bij mechanische kunstkleppen 5-50% afhankelijk van de plaats van de kunstklep, het type van de kunstklep en de aanwezigheid van andere ziekten. Met antistolling wordt deze kans verminderd tot 1-3% per jaar. Omdat de antistolling levenslang moet worden gegeven, geeft dit een verhoogde kans op bloeding afhankelijk van het niveau waarop de INR wordt ingesteld.

lees verder

 

Wat is INR-waarde?

De mate waarin het bloed stolt kan worden vastgesteld aan de hand van de stollingstijd, uitgedrukt als International Normalized Ratio (INR). Het geeft aan hoeveel langer het bloed erover doet om te stollen. Van nature is een INR waarde rond 1; een INR waarde van 3 betekent dat het bloed 3 keer zo langzaam stolt. In plaats van na 15 seconden stolt het bloed pas na 45 seconden.

Wanneer de cliënt antistollingsmiddelen slikt, zal de INR waarde hoger worden. Hoe hoger de INR waarde, hoe langer het duurt voordat het bloed stolt. Dit is dan ook de bedoeling van de behandeling. Nu moet de INR waarde ook weer niet té hoog worden want dan heeft de cliënt meer kans op bloedingen. Voor elke cliënt afhankelijk van de onderliggende aandoeningen wordt bepaald wat de gewenste waarde van de INR waarde moet zijn, ook wel de streefwaarde.

Bronnen: