Bloeddruk

 

Je lichaam heeft zuurstof en voedingsstoffen nodig. Het transport gaat via het bloed, wat door het hart wordt rondgepompt. Het hart is een holle spier met vier ruimtes: twee kamers en twee boezems. Een volwassen hart klopt – in rust – ongeveer zestig à tachtig keer per minuut en pompt dan vier tot zes liter bloed rond. Door het afwisselend samentrekken en ontspannen van de kamers en boezems wordt bij iedere hartslag een hoeveelheid bloed door de slagaders gepompt. Daardoor komt er druk te staan op de vaatwand. Dit is de bloeddruk. Elke keer als het hart samenknijpt, perst het met flinke kracht bloed de slagaders in. Daardoor wordt de druk in de slagaders hoger. Dit noemen we de bovendruk. Daarna ontspant het hart zich even en daalt de druk in de slagaders. Dit is de onderdruk.

Naast de dag- en nachtschommelingen zijn er ook andere zaken die de bloeddruk beïnvloeden. Een onregelmatige ademhaling, heftige emoties zoals boosheid of angst, temperatuur, lichaamsbeweging, druk praten, maaltijden, alcohol en tabak verhogen de bloeddruk.

Hoge bloeddruk

De bloeddruk is verhoogd als bij meerdere metingen de bovendruk 140 of hoger is  en/of de onderdruk 90 of hoger is. Een hoge bloeddruk kan op elke leeftijd voorkomen. Wel neemt de kans daarop toe naarmate je ouder wordt. Langdurig hoge bloeddruk beschadigt de wanden van de slagaders. Hierdoor kan er slagaderverkalking ontstaan. Door slagaderverkalking worden de vaten minder elastisch en de bloeddruk neemt verder toe.

Van hoge bloeddruk hoef je niets te voelen maar het vergroot wel je kans op hart- en vaatziekten. Zeker als je ook andere risicofactoren hebt, zoals een hoog cholesterolgehalte, overgewicht of als je rookt. Bij ernstige of langdurig verhoogde niet-behandelde bloeddruk kunnen wel symptomen optreden, zoals hoofdpijn, vermoeidheid, misselijkheid, braken, kortademigheid, rusteloosheid en wazig zien. De voortdurende druk op de vaten kan schade aanrichten aan de organen. Bijvoorbeeld de hartspier, slagaders, hersenen, ogen en nieren.

Leefstijladviezen zijn:

  • niet roken
  • gezond eten
  • zo weinig mogelijk zout
  • afvallen bij overgewicht
  • minimaal 30 minuten per dag bewegen
  • leren omgaan met spanning en stress

Als het aanpassen van de leefstijl niet voldoende helpt, kunnen medicijnen nodig zijn om de bloeddrukwaarden te laten dalen. Medicijnen die de bloeddruk verlagen zijn bètablokkers, plaspillen, RAS-remmers en calciumblokkers. Mensen met hart- en vaatziekten of een hoog risico op hart- en vaatziekten, krijgen vaker medicijnen voorgeschreven.

Een hoge bloeddruk is een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Hoe meer risicofactoren, hoe groter de kans op hart- en vaatziekten. Andere risicofactoren zijn:

  • roken
  • hoog cholesterol
  • suikerziekte
  • overgewicht
  • langdurige stress
  • erfelijkheid

Vrouwen die tijdens hun zwangerschap een hoge bloeddruk hebben gehad, hebben een verhoogd risico om op latere leeftijd een hoge bloeddruk te ontwikkelen.

Ablatie uitschakelen van kleine zenuwen rondom de nierslagader

Een nieuwe methode om de bloeddruk te verlagen is het uitschakelen van zenuwtjes rondom nierslagaderen door ablatie. Deze methode wordt toegepast bij mensen die ondanks het gebruik van ten minste 3 soorten medicijnen een bovendruk blijven houden van meer dan 160.

Bij een ablatie wordt het zenuwweefsel rond de nierslagader uitgeschakeld. Dit gebeurt met een katheter die via de lies wordt ingebracht. Het uiteinde van de katheter wordt verhit en deze hitte beschadigt deze zenuwen. De zenuwen kunnen hierdoor geen signalen meer doorsturen en de bloeddruk gaat omlaag. Deze nieuwe katheterbehandeling wordt voorlopig alleen in enkele ziekenhuizen uitgevoerd. Bij ‘Video’s’ vind je een video over ‘Ablatie, wat kun je verwachten’. Er wordt nog volop onderzoek verricht naar de doelmatigheid en langere termijneffecten van deze behandeling.

Lage bloeddruk

Een lage bloeddruk is over het algemeen beter dan een hoge bloeddruk.

Bij een normale bloeddruk krijgen alle delen van het lichaam voldoende bloed en zuurstof. Bij een lage bloeddruk is dit niet altijd zo. Als er te weinig bloed naar de hersenen gaat kan iemand duizelig worden of flauwvallen. Soms leidt lage bloeddruk tot kortademigheid of pijn op de borst.

Vaak is een lage bloeddruk tijdelijk, bijvoorbeeld als iemand (te snel) opstaat uit bed of het overeind komt uit een stoel. Bij het ouder worden, komt dit vaker voor. Andere oorzaken van een lage bloeddruk zijn:

  • aandoeningen die de pompkracht van het hart verminderen
  • gebruik van bepaalde medicijnen

Soms is er geen medische oorzaak te vinden.

Een lage bloeddruk is niet goed te behandelen. Bij vaak flauwvallen moet uitgezocht worden of er een oorzaak te vinden is. Die moet dan behandeld worden.

Bètablokkers

Artsen schrijven bètablokkers voor bij diverse hart- en vaataandoeningen, bijvoorbeeld:

  • na een hartinfarct
  • bij angina pectoris
  • bij hoge bloeddruk
  • bij sommige hartritmestoornissen

Effecten bètablokkers

De belangrijkste effecten van bètablokkers zijn:

  • de bloeddruk daalt
  • de hartslag verlaagt
  • de hartspier trekt minder krachtig samen

De hartspier heeft voor zichzelf minder zuurstof nodig waardoor het hart wordt ontlast.

Achtergrond werking bètablokkers

De werking van bètablokkers heeft te maken met het vrijkomen van stresshormonen bij inspanning of emotie. Het lichaam maakt drie stresshormonen: adrenaline, noradrenaline en cortisol. De stresshormonen werken via de zogenaamde bèta-receptoren.

Bètablokkers blokkeren de werking van deze bèta-receptoren. Hierdoor kunnen stresshormonen hun werk niet meer doen. Dit verlaagt de hartslag en de pompkracht wordt minder. Ook wordt er minder bloed rond gepompt.  Het hart heeft daardoor minder zuurstof nodig om goed te functioneren.

Bijwerkingen

De meest voorkomende bijwerkingen van bètablokkers zijn:

  • duizeligheid
  • maagdarmklachten (misselijkheid, braken, diarree of verstopping)
  • zweten
  • koude handen en voeten
  • vermoeidheid

Veel van deze bijwerkingen treden vooral in het begin van de behandeling op. Het lichaam moet zich nog instellen op de lagere bloeddruk en hartslag. In de bijsluiter staat de volledige lijst met bijwerkingen en ook de mogelijke wisselwerking met andere medicijnen.

Heeft u veel last van bijwerkingen of zorgen over het gebruik van bètablokkers? Overleg dit dan altijd met uw arts. Mogelijk geeft een ander medicijn uit dezelfde groep of een andere dosering minder klachten.

Werkzame stoffen bèta blokkers

Er zijn verschillende soorten bètablokkers. Werkzame stoffen in deze groep medicijnen zijn: acebutolol, atenolol, betaxolol, bisoprolol, carvedilol, celiprolol, labetalol, metoprolol, nebivolol, oxprenolol, pindolol, propranolol en sotalol.

U vindt de werkzame stof altijd op de bijsluiter. De merknaam kan anders zijn, deze wordt door de fabrikant aan het geneesmiddel gegeven.

Overgevoeligheid voor bètablokkers

Mensen die bètablokkers gebruiken, kunnen overgevoelig reageren op de bestanddelen van het medicijn. Verschijnselen zijn bijvoorbeeld huiduitslag, galbulten of jeuk.

Ernstige overgevoeligheid is te merken aan benauwdheid of een opgezwollen gezicht. Ga bij deze ernstige klachten onmiddellijk naar een arts. Bij mildere klachten is het verstandig met de arts te overleggen over mogelijke alternatieven.

Effect bij sporten

Het gebruik van bètablokkers heeft ook voor sporters gevolgen. Met name bij intensief sporten zorgen bètablokkers voor een verminderde prestatie bij inspanning, omdat:

  • de maximale hartslag niet meer bereikt wordt (alsof er een rem op het hart staat)
  • sneller oververhitting ontstaat met klachten zoals moeheid, duizeligheid, misselijkheid, dorst, wazig zicht en krampen
  • sneller uitdrogingsverschijnselen optreden
  • sneller een te laag glucosegehalte in het bloed ontstaat met klachten zoals duizeligheid, trillen, honger en zweten

Sporters kunnen dan ook beter een duursport doen dan een sport waarbij explosieve kracht gevraagd wordt. Vormen van duursporten zijn joggen, fietsen, zwemmen en wandelen. De patiënt merkt misschien dat het duurvermogen minder is dan zonder bètablokkers, maar dit is wel weer te verbeteren door training.

Als iemand weer begint met sporten is het verstandig om de behandelend arts advies te vragen. Eventueel kan er eerst een inspanningstest afgenomen worden bij een Sport Medisch Adviescentrum.

Bronnen:

https://www.hartstichting.nl/risicofactoren/hoge-bloeddruk https://www.hartstichting.nl/…/brochure-hoge%20bloeddruk

Hartstichting: Bètablokkers